Terug naar kennisbank

Waarom tegels loslaten in vochtige productieruimtes

Waarom tegels loslaten in vochtige productieruimtes

Je tikt met je knokkel tegen de wand van je productieruimte. De eerste tegels klinken vol. Een stuk verderop, boven de plek waar dagelijks met heet water wordt gespoten, klinkt het ineens hol. Je tikt nog een paar tegels verder. Nog steeds hol.

Dat tegels loslaten in vochtige productieruimtes is geen pech en meestal ook geen slecht vakwerk. Er werken vijf mechanismen tegelijk op je wand in, en die zijn stuk voor stuk terug te voeren op de omstandigheden in jouw ruimte: dagelijks heet reinigen, permanent hoge luchtvochtigheid en agressieve schoonmaakmiddelen.

Bij Wandbescherming werken we al meer dan 20 jaar aan wand- en plafondafwerking in natte, warme productieomgevingen. In dit artikel lees je waarom tegelwerk hier sneller faalt dan in een gewone ruimte, wat er achter een hol klinkende tegel gebeurt, wanneer tegels wél een goede keuze zijn, en hoe je kiest tussen repareren en vervangen.

De korte versie: waar moet je op letten?

Dit zijn de vijf oorzaken waar het in een natte productieruimte op vastloopt:

  • Heet reinigen. Je wand gaat in seconden van kamertemperatuur naar 60 tot 80 graden. Tegel, lijm en ondergrond zetten allemaal verschillend uit, en die spanning komt in de lijmlaag terecht.
  • De tegel zet zelf uit. Gebakken keramiek neemt jarenlang vocht op en wordt daar blijvend iets groter van. Bij hoge luchtvochtigheid gaat dat sneller.
  • Je voegen worden aangetast. Cement lost op in zuur. Melkzuur, vetzuren en wisselend zure en alkalische reinigers halen er elke dag een beetje vanaf.
  • Er zit meer holte achter je tegels dan je denkt. De Nederlandse uitvoeringsrichtlijn staat bij wandtegels 35 procent holle ruimte toe. Dat is normconform, en tegelijk precies waar het vocht in trekt.
  • Er zitten te weinig bewegingsvoegen in. Zonder ruimte om te bewegen duwen de tegels tegen elkaar tot de zwakste schakel bezwijkt.

Hieronder leggen we ze één voor één uit, met per oorzaak wat je eraan kunt doen.

Waarom de standaarduitleg over tegels hier niet opgaat

Zoek je online waarom tegels loslaten, dan kom je uit bij badkamers en woonkamers. Verkeerde lijm, een ondergrond die niet droog was, vloerverwarming. Die uitleg klopt op zich, maar hij gaat over een ruimte die een paar keer per week nat wordt en verder met lauw water wordt schoongemaakt.

Jouw productieruimte werkt anders. Er wordt dagelijks, soms twee keer per dag, met heet water onder druk gereinigd. De luchtvochtigheid is permanent hoog. Er komt product tegen de wand, en reinigingsmiddelen die daar tegenop moeten.

En dan komt de meest opvallende constatering. In Nederland wordt tegelwerk uitgevoerd volgens uitvoeringsrichtlijn URL 35-101, die voluit gaat over tegelwerk “in reguliere binnentoepassing”. Die richtlijn noemt de voedingsmiddelenindustrie, grootkeukens en koel- en vriesruimtes gewoon als toepassingsgebied. Maar meteen daarna staat er dat de richtlijn niet geldig is voor ruimten met een zeer hoge vochtbelasting.

Je tegelwerk is dus vaak keurig volgens de richtlijn gelegd, terwijl die richtlijn zichzelf buiten toepassing verklaart voor precies de omstandigheden waarin jouw wand moet presteren. Een opvolgende Nederlandse richtlijn die dat gat vult, is er niet. Dat verklaart waarom je tegelzetter alles goed kan hebben gedaan en de wand toch loslaat.

1. Dagelijks heet reinigen trekt de lijmlaag kapot

Je tegelwand is een pakket van vier materialen op elkaar: de ondergrond, de lijmlaag, de tegel en de voeg. Alle vier zetten ze uit als ze warm worden, maar niet even snel en niet even veel.

Bij het reinigen gaat het oppervlak in seconden naar 60 tot 80 graden, terwijl de ondergrond daarachter nog koud is. De tegel wil uitzetten en de koude ondergrond houdt hem tegen. Dat verschil moet ergens heen, en het komt terecht in de dunne lijmlaag ertussen. Beton zet daarbij ongeveer anderhalf keer zo sterk uit als de keramische tegel erop, dus die twee werken elkaar structureel tegen.

Eén keer opwarmen en afkoelen doet niets. Reinig je twee keer per dag, dan zit je op ruim zevenhonderd van die cycli per jaar. De lijmlaag krijgt telkens een klein zetje, en op de zwakste plek laat de hechting los.

Er is een detail dat dit compleet maakt. Tegellijm wordt volgens de Europese norm getest op hechtsterkte in vier situaties: droog, na wateropslag, na warmteopslag en na vorst-dooicycli. Op herhaalde thermische schok wordt cementgebonden lijm niet getest. Alleen de zwaarste kunstharslijmen kennen een eis na temperatuurcycli. De lijm die in de meeste productieruimtes zit, is dus nooit beproefd op de belasting die hem daar sloopt.

De tegel zelf overleeft dit prima. Die wordt beproefd op tien cycli tussen 15 en 145 graden. Het probleem zit niet in de tegel, maar in het systeem eromheen.

Wat je eraan doet

Kies bij tegelwerk in een natte productieruimte altijd een lijm uit de zwaarste categorie, en bij voorkeur een vervormbare variant die beweging kan opvangen. Laat vol en zat lijmen, dus met lijm op zowel de ondergrond als de achterkant van de tegel. Verlaag waar het kan de reinigingstemperatuur, of bouw een korte voorspoeling met lauw water in zodat de temperatuursprong kleiner wordt.

2. De tegel zet zelf uit door vocht

Keramiek komt kurkdroog uit de oven. Daarna neemt het jarenlang vocht op uit de lucht, en daarbij wordt het scherf blijvend iets groter. Dat gaat niet terug als de tegel weer droogt.

In een droge woning merk je daar niets van. In een ruimte met permanent hoge luchtvochtigheid gaat het proces sneller en verder. Elke tegel duwt daarbij een klein beetje tegen zijn buren. Is er geen ruimte om te bewegen, dan loopt de druk op tot de zwakste schakel het begeeft, en dat is meestal de hechting met de ondergrond.

Hoeveel een tegel opneemt, hangt af van het type. Tegels worden ingedeeld naar wateropname: de dichtste groep neemt maximaal 0,5 procent op, terwijl een gewone geglazuurde wandtegel daar ver boven kan zitten. In een productieruimte hoort de dichtste groep. Wordt er goedkoper ingekocht, dan is dit geen theoretisch risico meer.

Wat je eraan doet

Schrijf de wateropname van de tegel voor in je bestek en controleer die bij levering. De uitvoeringsrichtlijn raadt bij hoge temperatuur- en vochtbelasting bovendien dubbelzijdige verlijming aan, juist omdat de tegel dan gaat werken.

3. Je voegen worden chemisch aangetast

Een cementvoeg is basisch, en basische materialen lossen op in zuur. In de voedingsindustrie krijgt die voeg dagelijks melkzuur, vetzuren en organische zuren uit je product te verwerken, plus reinigingsmiddelen die de ene keer zuur en de andere keer alkalisch zijn, en vaak nog chloorhoudende desinfectie.

Elke reinigingsbeurt haalt daar een fractie vanaf. De voeg zakt terug, wordt poreuzer en gaat vuil vasthouden. Vanaf dat moment is de weg naar achter het tegelwerk open, en daar begint het echte probleem.

Ook hier zit een gat in de normen. Voegmortels worden ingedeeld in cementgebonden en kunstharsgebonden types, en beoordeeld op zaken als slijtvastheid, sterkte, krimp en wateropname. Op chemische bestendigheid worden ze niet geclassificeerd. Er bestaat geen voegklasse die zegt: bestand tegen melkzuur en chloor.

Wat je eraan doet

Een kunsthars- of epoxyvoeg is duidelijk beter bestand tegen zuren en chemicaliën dan een cementvoeg. Hij is wel duurder, hij moet in twee componenten worden aangemaakt, en hij vraagt meer vakmanschap omdat je hem tijdens het aanbrengen lastiger schoon houdt. Vraag je leverancier om de chemische bestendigheid tegen jóuw specifieke reinigingsmiddelen, en neem genoegen met een concreet antwoord.

4. Achter je tegels zit meer holte dan je denkt

Dit is het punt dat de meeste mensen verrast. De Nederlandse uitvoeringsrichtlijn schrijft voor hoeveel van de tegel daadwerkelijk contact moet maken met de lijm. Voor vloertegels is dat minimaal 80 procent, en bij dubbelzijdige verlijming 95 procent. Voor wandtegels is het minimum 65 procent.

Een correct uitgevoerde, volledig normconforme tegelwand mag dus 35 procent holle ruimte achter zich hebben. In een ruimte waar dagelijks water onder druk tegen die wand staat, is dat 35 procent onbereikbare holte die nat kan worden en nat kan blijven.

Zodra vocht via een aangetaste voeg in die holte komt, gebeuren er meerdere dingen. Het water wordt bij de volgende reiniging opgewarmd, zet uit en duwt van binnenuit tegen de tegel. In koel- en vriesruimtes kan het bevriezen, en bevriezend water wordt ongeveer 9 procent groter. En je hebt een permanent vochtige ruimte waar je met geen enkel reinigingsmiddel bij komt.

Wat je eraan doet

Loop je wand af met de tiktest: tik met je knokkel of een muntstuk op de tegels en luister naar het verschil tussen vol en hol. De uitvoeringsrichtlijn noemt die methode zelf, en meldt er eerlijk bij dat je het definitief alleen kunt vaststellen door een tegel te verwijderen. Bij nieuw werk: leg vast dat er dubbelzijdig gelijmd wordt en laat het contactoppervlak steekproefsgewijs controleren voordat de wand dicht is. Hoe je een ondergrond beoordeelt en voorbereidt voor een naadloze afwerking, lees je in onze montagehandleiding.

5. Er zitten te weinig bewegingsvoegen in

Alles wat hierboven staat, komt samen in dit punt. Tegels zetten uit door warmte en door vocht, en die beweging moet ergens heen. Daarvoor zijn bewegingsvoegen bedoeld: openingen in het tegelwerk die niet met harde voegmortel zijn gevuld.

De uitvoeringsrichtlijn vraagt dat die voegen al in de ontwerpfase worden ingetekend, dat ze minimaal 4 millimeter breed zijn, en dat ze doorlopen waar de ondergrond van materiaal verandert. Hoeken moeten vrij blijven van tegellijm en voegmateriaal. De opleveringschecklist vraagt letterlijk of de bewegingsvoegen vrij zijn van lijm- en voegresten, wat iets zegt over hoe vaak dat misgaat.

In de praktijk zie je regelmatig lange wanden zonder één bewegingsvoeg. Internationale richtlijnen houden voor wanden ruwweg een bewegingsvoeg per drie tot vijf meter aan. Een productiewand van dertig meter aan één stuk is naar die maatstaf niet verdedigbaar.

Wat je eraan doet

Vraag bij nieuw of gerenoveerd tegelwerk om een dilatatieplan op tekening, dus vóór de eerste tegel op de wand zit. Loop bij bestaand werk de hoeken en de materiaalovergangen na: zit daar harde voeg in plaats van een elastische kit, dan weet je waar de spanning zich opbouwt.

Wat een holle tegel betekent voor je voedselveiligheid

Tot hier ging het over bouwtechniek. Maar in een voedselverwerkende omgeving heeft een holle ruimte achter je wand een tweede betekenis.

Officiële richtlijnen voor de beheersing van Listeria noemen scheuren, aangetaste voegen en beschadigde oppervlakken met zoveel woorden als plekken waar de bacterie zich nestelt en overleeft. Een Listeria-bacterie is ongeveer een duizendste millimeter groot. Elke kier die groter is dan dat, nat kan worden en voedingsstoffen kan verzamelen, is een mogelijke schuilplaats. Reinigen helpt daar niet tegen, want je komt er niet bij. Hogedruk kan de besmetting zelfs verspreiden door verneveling.

Daarmee sta je in een lastige spagaat. De 35 procent holle ruimte die de bouwrichtlijn achter een wandtegel toestaat, is precies wat de hygiënerichtlijnen omschrijven als de situatie die je moet uitsluiten. Twee sets regels die elkaar niet kennen, en jij zit ertussenin. Certificeringsschema’s zoals BRCGS vragen daarbij om oppervlakken die glad zijn en vrij van scheuren en spleten.

Een tegel die loskomt boven een open productielijn is bovendien een risico op productvreemd materiaal. Dat is geen theorie waar je op moet wachten, maar een reden om een hol klinkende zone serieus te nemen zodra je hem hoort.

Wanneer voldoen tegels wél?

Tegels zijn niet verboden, niet afgekeurd en niet per definitie fout. Kwaliteitsmanagers noemen geglazuurd tegelwerk onderling gewoon een acceptabel wandmateriaal. Het gaat erom waar de grens ligt.

Tegels zijn een prima keuze als:

  • Er koud of lauw wordt gereinigd, zonder hoge druk. Zonder temperatuursprong vervalt het belangrijkste faalmechanisme. Denk aan droge productie, verpakkingsruimtes, magazijnen en kantines.
  • Het ontwerp op vier punten tegelijk klopt: een tegel uit de dichtste wateropnamegroep, een zware vervormbare lijm, dubbelzijdige verlijming met hoog contactoppervlak, en een uitgewerkt dilatatieplan. Geen van de vier is optioneel.
  • De voeg van kunsthars is en dat ook blijft bij reparaties.
  • Er ruimte is voor onderhoud. Tegelwerk in een natte omgeving is geen leg-en-vergeet-oplossing.

Er is ook een serieus tegenargument dat je moet kennen. De keramieksector wijst op onderzoek waaruit zou blijken dat een epoxyvoeg zich hygiënisch vergelijkbaar gedraagt met een volledig gesloten, gladde tegel. Wij hebben dat onderzoek niet kunnen inzien, dus we presenteren het als standpunt van die sector en niet als vaststaand feit. Wat er hoe dan ook overeind blijft: de voeg is dan wel opgelost, maar de holte achter de tegel en de thermische beweging zijn dat niet.

Repareren of vervangen?

Zit je nu met loszittende tegels, dan is de vraag of je repareert of de wand aanpakt. Een eerlijk afwegingskader:

Repareren is verdedigbaar als het om een afgebakende plek gaat, de rest van de wand vol klinkt, en je de oorzaak kent en kunt wegnemen. Bijvoorbeeld een hoek zonder bewegingsvoeg, of één zone die net onder de spuitmond ligt.

Vervangen wordt logisch als je bij het aftikken op meerdere plekken hol hoort, als de voegen over de hele wand terugliggen, of als je dezelfde plek voor de derde keer laat repareren. Dan bestrijd je symptomen van een systeem dat niet past bij hoe jij die ruimte gebruikt.

Kies je voor vervangen, dan is de kernvraag hoeveel naden je overhoudt. Elke voeg en elke naad is een plek waar het opnieuw kan beginnen. Daarom werken wij met FRP-platen, die je nagenoeg naadloos aanbrengt en die je in de regel direct over de bestaande ondergrond kunt verlijmen. Wandbescherming levert dat als compleet systeem, met plaatmateriaal, lijm, profielen, aansluitdetails en de technische documentatie erbij. Hoe FRP zich verhoudt tot staal en tegels lees je in wandafwerking in hygiënische ruimtes: FRP, staal of tegels, en welke opbouw bij jouw ruimte past staat in hygiënische wandafwerking voor de foodindustrie kiezen.

Van losse tegels naar een wand die blijft zitten

Als je tegels laten los in een ruimte die dagelijks heet wordt gereinigd, dan is dat zelden een kwestie van slecht vakwerk. Het is de optelsom van temperatuurwisselingen, vocht in de tegel, aangetaste voegen, holle ruimte achter de wand en te weinig plek om te bewegen.

Wat je nu kunt: je wand aftikken en horen waar het hol zit, je voegen beoordelen, en bepalen of je een afgebakend probleem hebt of een wand die structureel niet past bij je reinigingsregime. Dat onderscheid bepaalt of repareren zin heeft.

Wil je eerst de materialen naast elkaar zien, lees dan verder in FRP, staal of tegels vergeleken. Wil je liever iemand met je meelopen door je eigen ruimte? Plan een adviesgesprek, dan kijken we samen naar je wand, je reinigingsregime en je ondergrond, en hoor je eerlijk of repareren in jouw geval nog verstandig is.

Bij Wandbescherming werken we al meer dan 20 jaar aan hygiënische wand- en plafondafwerking voor de voedingsindustrie. We denken mee vóór de uitvoering, zodat je niet over drie jaar opnieuw voor dezelfde wand staat.

Dit artikel geeft algemene informatie. Welke oplossing bij jouw ruimte past, hangt af van je ondergrond, je reinigingsregime en je productieomstandigheden. Vraag een adviesgesprek aan voor onderbouwing op maat.

Veelgestelde vragen

Waarom laten tegels los in een productieruimte en thuis niet?

Door het reinigingsregime. In een productieruimte wordt vaak dagelijks met heet water onder druk gereinigd, waardoor de wand telkens snel opwarmt en weer afkoelt. Tegel, lijm en ondergrond zetten daarbij verschillend uit, en die spanning belandt in de lijmlaag. Thuis blijft die belasting uit.

Wat betekent het als een tegel hol klinkt?

Dat er achter die tegel minder lijmcontact zit dan de bedoeling was. De Nederlandse uitvoeringsrichtlijn noemt aftikken zelf als methode om dat op te sporen, en meldt erbij dat je het alleen definitief kunt vaststellen door een tegel te verwijderen. Een holle zone kan vocht vasthouden waar je met reinigen niet bij komt.

Ligt het aan de tegelzetter als tegels loslaten?

Meestal niet. De Nederlandse uitvoeringsrichtlijn voor tegelwerk verklaart zichzelf niet geldig voor ruimten met een zeer hoge vochtbelasting, terwijl de voedingsindustrie wel in het toepassingsgebied staat. Het werk kan dus volledig volgens de richtlijn zijn uitgevoerd en toch niet bestand zijn tegen jouw omstandigheden.

Lossen epoxyvoegen het probleem op?

Voor een deel. Een kunsthars- of epoxyvoeg is duidelijk beter bestand tegen zuren en reinigingsmiddelen dan een cementvoeg, en hij houdt de weg naar achter het tegelwerk langer dicht. Hij verandert niets aan de holle ruimte achter de tegel en niets aan het uitzetten en krimpen bij heet reinigen.

Kan ik loszittende tegels laten injecteren in plaats van vervangen?

Dat kan zinvol zijn bij een afgebakende plek waarvan je de oorzaak kent en kunt wegnemen. Hoor je op meerdere plekken hol geluid, of laat je dezelfde zone voor de derde keer herstellen, dan bestrijd je symptomen. Beoordeel dan eerst of het systeem past bij hoe je de ruimte reinigt.

Niels_hal

Benieuwd wat we voor je kunnen betekenen?

Heb je een vraag of wil je weten wat onze systemen voor jouw ruimte kunnen doen? Niels brengt je graag in contact met de juiste persoon binnen ons team.

Telefoon: 085-0499728
E-mail: info@wandbescherming.nl

Selecteer meer dan één item om te vergelijken.